Rijk komt met Nationaal programma landelijk gebied

Regio - Het Rijk komt met een lange-termijn-aanpak voor het landelijk gebied, met de focus op robuuste natuur, bufferzones rond Natura 2000-gebieden en ruimte voor agrarische functies in de voor landbouw goed geschikte gebieden. Bodemdaling wordt aangepakt door in bepaalde gebieden te kiezen voor vernatting.

Deze nieuwe richtinggevende keuzes staan in de kamerbrief ‘Regie en keuzes in het nationaal omgevingsbeleid (NOVI)’ die minister Ollongren (Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties) op 23 april jl. naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ze zijn een aanvulling op de richtinggevende keuzes in het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (ontwerp-NOVI) uit 2019.

In het landelijk gebied speelt de komende jaren veel. Meerdere transities, zoals de energietransitie en het klimaatbestendig maken van Nederland, hebben invloed op het landelijk gebied. De leefbaarheid en milieukwaliteit staan in bepaalde delen onder druk.

Dit alles vraagt om een brede benadering waarbij alle overheden samenwerken. De stikstof- en klimaataanpak zullen hierop een belangrijk stempel drukken. De stikstofcrisis maakt duidelijk dat naast verlaging van de uitstoot van stikstof, herstel en verbetering van de Nederlandse natuur als geheel noodzakelijk is, met speciale aandacht voor de individuele Natura 2000-gebieden als belangrijke dragers van de natuur.

Het Rijk kijkt naar mogelijkheden voor het ontwikkelen van meer robuuste natuurnetwerken en verbindingen. Ook wordt bezien of en waar bufferzones rond kwetsbare natuurgebieden of een vorm van extensieve landbouw rondom Natura 2000-gebieden wenselijk is. Per gebied wordt bekeken welke functies met minimale belasting inpasbaar zijn in zones rond Natura 2000-gebieden. In de voor landbouw goed geschikte gebieden wil het kabinet juist ruimte geven voor deze functie.

Eén van de grote opgaven in het landelijk gebied is richting geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de agrarische sector. Nederland speelt wereldwijd een vooraanstaande rol als agro-land. Die sterke positie moet in de toekomst behouden blijven, maar wel op een andere manier dan nu het geval is. Kringlooplandbouw is in deze andere manier het sleutelbegrip.

Rijk en regio’s werken samen uit hoe om te gaan met bestaande agrarische leegstand en herbestemming. Dit komt te staan in de Samenwerkingsafspraken voor de NOVI. Het Rijk wil nieuwe leegstand voorkomen door gebouwen te slopen als ze niet direct een nieuwe bestemming hebben of niet van beeldbepalende erfgoedwaarde zijn. Nieuwe bestemmingen voor de zo vrijgekomen gronden zijn bijvoorbeeld natuur, agrarisch natuurbeheer of woningbouw.

Speciale aandacht voor bodemdaling in veenweidegebieden is nodig. De aanpak gaat veranderen: overheden zullen in samenwerking met de mensen die in deze gebieden wonen en werken steeds minder ‘peil volgt functie’ hanteren en steeds vaker ‘functie volgt peil’. Samen met waterschappen, provincies en betrokkenen in het gebied gaat het Rijk hierop sturen.

Het Rijk stelt samen met de landbouw en watersector, natuur-, landschaps- en andere maatschappelijke organisaties en de medeoverheden het ontwerp van het nationaal programma voor het landelijk gebied op. Het streven is deze voor het einde van het jaar gereed te hebben. De opgave tot natuurherstel en natuuruitbreiding in het kader van de aanpak stikstof maakt hiervan integraal deel uit.



advertentie