Wanneer Maarten hoort dat zijn vader Hans ongeneeslijk ziek is, besluit hij niet te wachten maar te gaan: samen op pad naar de champagnestreek. Hun grote droomdoel is het treintje dat door de wijnkelders van Epernay rijdt—voor Hans, levensgenieter met een zwak voor een goed glas, voelt het als een kleine reis naar de hemel. Thuis zwaaien Loes en Sophie hen uit, terwijl vader en zoon vol goede moed vertrekken. Maar nog voordat de reis echt begonnen is, wordt duidelijk dat ze misschien wel de minst geschikte combinatie zijn voor een perfecte bonding-trip. Een ontroerende, herkenbare en soms ongemakkelijke reis over liefde, afscheid nemen en toch proberen elkaar te vinden.
