
Brand, een verkeersongeval of een reanimatie. Het zijn meldingen waarvoor Jeroen van Schie uit Wilnis zonder aarzelen naar de brandweerkazerne sprint. Als vrijwilliger bij de brandweer staat hij dag en nacht klaar voor inwoners in nood. Samen met de ambulance, politie en de reddingsbrigade behoort hij tot de hulpverleners op wie we altijd kunnen rekenen. Tijdens de Veiligheidsdag op zaterdag 26 september in Speelwoud Wilnis laten zij zien wat hun werk inhoudt. Jeroen vertelt alvast waarom hij zich al jarenlang met hart en ziel inzet voor de brandweer.
Je zou kunnen zeggen dat Jeroen altijd een beetje in de startblokken staat. Zijn pieper heeft hij standaard bij zich, zijn auto staat altijd met de neus richting de kazerne en zijn schoenen staan klaar bij de deur. Iedere seconde kan immers het verschil maken. “Dat klinkt misschien bijzonder, maar voor ons is het heel normaal”, vertelt hij. “Je weet nooit wanneer er een melding binnenkomt. Als die pieper gaat, moet je direct kunnen handelen.”
Zijn betrokkenheid bij de brandweer begon jaren geleden via een toenmalige relatie. “Zij zat bij de brandweer en vroeg of ik eens mee wilde gaan. Dat heb ik gedaan en ik was meteen enthousiast. Die relatie is inmiddels al lang voorbij, maar de brandweer is gebleven.”
“Uiteindelijk zorgen we er met elkaar voor dat de ellende van een ander wordt opgelost. Dat geeft veel voldoening.”
Wie zich aanmeldt als vrijwilliger bij de brandweer, doorloopt eerst een medische keuring, sporttesten en een assessment. Pas daarna begint de opleiding. “Als je die eerste stappen hebt doorlopen, krijg je al snel een pieper en mag je mee met uitrukken. In het begin ben je nog boventallig en kijk je vooral mee. Toch is dat behoorlijk spannend. Dan merk je pas wat er in je lichaam gebeurt als de adrenaline begint te stromen.”
Inmiddels heeft Jeroen al heel wat meegemaakt. Grote branden, ernstige ongevallen en allerlei incidenten zijn de revue gepasseerd. “De brand bij De Meijert, de brand bij Oudenallen en verschillende ongelukken op de N212 herinner ik mij nog goed. Dat zijn gebeurtenissen die indruk maken. Ook als professional blijven sommige beelden je bij.”
Juist daarom is er tegenwoordig veel aandacht voor de mentale kant van het werk. Volgens Jeroen is daar de afgelopen jaren een belangrijke ontwikkeling in geweest. v”Vroeger werd veel weggelachen”, zegt hij. “Na een heftige inzet werden sterke verhalen verteld en gingen we weer verder. Dat kan soms helpen, maar vaak is dat niet genoeg. We hebben gezien dat sommige collega’s moeilijke ervaringen als spreekwoordelijke stenen in een rugzak met zich meedragen. Als die rugzak steeds zwaarder wordt, komt er een moment waarop iemand niet meer verder kan. Dat willen we voorkomen.”
“Als die rugzak steeds zwaarder wordt, komt er een moment waarop iemand niet meer verder kan. Dat willen we voorkomen.”
Binnen de veiligheidsregio wordt daarom veel aandacht besteed aan opvang en nazorg. Incidenten worden gezamenlijk geëvalueerd en collega’s houden elkaar goed in de gaten. “De vraag is altijd: wat heb je nodig om verder te kunnen? Daar praten we veel opener over dan vroeger. Dat is een enorme verbetering.”
Die openheid is extra belangrijk omdat hulpverleners in een dorp als Wilnis regelmatig te maken krijgen met bekenden. “Bij reanimaties of ernstige ongevallen kan het gebeuren dat je het slachtoffer kent. Dan kijken we vooraf goed naar elkaar. Kun jij deze inzet op dit moment aan? Iedereen weet meestal zelf wel waar zijn grenzen liggen.”

Het werk als brandweerman doet Jeroen dus naast zijn gewone werk. En dat vraagt tijd. Veel tijd. “We oefenen iedere dinsdagavond”, vertelt hij. “Daarnaast ben ik momenteel in opleiding tot brandweerchauffeur, dus daar gaan ook behoorlijk wat uren in zitten. En tussendoor kunnen er natuurlijk meldingen binnenkomen.”
Gemiddeld wordt de brandweerpost in Wilnis ongeveer één keer per week gealarmeerd. Dat kan van alles zijn: een gaslek, een brand, een ongeval of een reanimatie. Dat vraagt ook begrip van zijn omgeving. “Mijn werkgever weet dat ik vrijwilliger ben. Als de pieper gaat, kan het dus gebeuren dat ik direct weg moet. Daar wordt gelukkig goed mee omgegaan.”
Thuis was dat in het begin even wennen. “Mijn vrouw vond het vroeger verschrikkelijk als de pieper ’s nachts ging. Zij lag vervolgens wakker terwijl ik weg was. Inmiddels is dat anders. Meestal draait ze zich om en slaapt ze gewoon verder.” Zelf ervaart Jeroen op zo’n moment juist iets anders. “Het gekke is dat er meteen een soort scherpte ontstaat. Als de pieper gaat ben ik direct klaarwakker. Dat effect heeft mijn wekker eerlijk gezegd nooit gehad.”
Ondanks alle heftige situaties blijft zijn motivatie onveranderd groot. Dat heeft alles te maken met de saamhorigheid binnen het korps én het doel waarvoor zij het doen. “Uiteindelijk zorgen we er met elkaar voor dat de ellende van een ander wordt opgelost”, zegt hij. “Dat geeft veel voldoening. Je kunt echt iets betekenen voor mensen op momenten dat zij je het hardst nodig hebben.”
Wie meer wil weten over het werk van de hulpdiensten, kan terecht tijdens de Veiligheidsdag op zaterdag 26 september bij Speelwoud Wilnis. Van 10 tot 16 uur zijn er demonstraties van de brandweer, ambulance, politie, reddingsbrigade en Rijkswaterstaat.
Bezoekers kunnen voertuigen van dichtbij bekijken, kennismaken met de hulpverleners en natuurlijk een ritje maken in een brandweerwagen. Inclusief sirenes. Zoals Jeroen van Schie lachend zegt: “Die laten we dan natuurlijk wel even horen.”
Dit is een artikel van Rosanne Kok van De Groene Venen |
Studio
Rendementsweg 10d
3641 SK Mijdrecht
E-mail
redactie@rtvrondevenen.nl
Telefoon Redactie
0297 - 286004